Er is geen gebruiker ingelogd

Direct naar:
Wmo blijkt lastig in praktijk te brengen

Wmo blijkt lastig in praktijk te brengen

31-1 Onderzoek SCP

De uitgangspunten van de Wmo 2015 worden breed gedragen onder de betrokken partijen, maar bij de uitwerking in de praktijk loopt men tegen inhoudelijke problemen aan. Dit blijkt uit het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ‘De Wmo 2015 in de praktijk’.

Zelfredzaamheid, participatie, brede benadering van hulpvragen, maatwerk en lichtere vormen van ondersteuning. Het wordt breed gedragen door uitvoerenden. Maar in de praktijk zijn beleidsmedewerkers, Wmo-consulenten en aanbieders vaak nog zoekende hoe zij deze punten kunnen uitwerken en worden enkele knelpunten ervaren.
Zo vindt men het begrip zelfredzaamheid moeilijk toepasbaar op bepaalde groepen (bijvoorbeeld mensen met GGz-problematiek of dementie). Daarnaast zien de hulpverleners grenzen aan de mogelijkheden om een beroep te doen op het sociale netwerk van hulpbehoevenden. Daarbij moet men denken aan vraagverlegenheid van inwoners en overbelasting van mantelzorgers. Ook blijkt het moeilijk te zijn om geschikte vrijwilligers te vinden en om lichtere vormen van ondersteuning in te zetten.

Beleidsmedewerkers en professionals hebben de indruk dat (toegang tot) ondersteuning dichter bij burgers komt en dat er meer ruimte is om maatwerk te leveren. Toch vinden verschillende partijen dat de toegang tot ondersteuning ingewikkelder is geworden. Voor inwoners én voor professionals is het niet altijd duidelijk waar zij terecht kunnen met de hulpvraag en welke instantie verantwoordelijk is.
Er wordt door gemeenten meer samengewerkt met zorgaanbieders, verzekeraars en andere gemeenten in de regio. Echter de afstemming tussen de gemeenten en de zorgverzekeraars verloopt niet altijd even soepel.

Gemeenten lijken de opdracht die in de Wmo 2015 staat beschreven op te pakken. Maar op concrete resultaten van het ondersteunen, het bevorderen van de zelfredzaamheid en de participatie is vaak nog weinig zicht. Begrippen als ‘passende ondersteuning, zelfredzaamheid en participatie’ laten zich niet gemakkelijk bepalen en meetbaar maken.
Gemeenten zijn vaak nog zoekende naar geschikte monitoring- en evaluatie-instrumenten. Ook is over het gebruik van lichtere vormen van ondersteuning nauwelijks informatie beschikbaar, omdat gemeenten de gebruikers hiervan veelal niet registreren.

Het rapport ‘De Wmo 2015 in de praktijk’ maakt onderdeel uit van de landelijke evaluatie van de Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) op verzoek van het ministerie van VWS uitvoert en waarvan het eindrapport deze zomer verschijnt.

terug naar overzicht