Er is geen gebruiker ingelogd

Direct naar:
9 misverstanden over ons pensioen

9 misverstanden over ons pensioen

06-11 Een ingewikkeld onderwerp

Pensioen is voor de meesten van ons best een ingewikkeld onderwerp. Zeker omdat er momenteel veel verandert. Het is nog niet duidelijk wat de toekomst ons gaat brengen. We zetten een paar hardnekkige misverstanden voor u op een rij. En de reactie daarop van onze pensioenexpert Erik Beckers.

Hebt u vragen? Bel dan met de KBO-PCOB Pensioentelefoon.

1. Pensioenfondsen bezitten genoeg geld om ons pensioen te betalen
De Nederlandse pensioenspaarpot bevat ongeveer 1.290 miljard euro. Daar staan ongeveer 1.210 miljard aan pensioentoezeggingen tegenover. Maar voor de waardevaste pensioenen die zijn toegezegd, van oud en jong, is meer dan 1.600 miljard euro nodig. Er is dus wel genoeg voor nu. Maar er is niet voldoende geld in kas om de pensioenen te blijven betalen en te kunnen blijven indexeren. Daarom gaan bij veel pensioenfondsen de pensioenen niet omhoog. In een aantal gevallen wordt zelfs afgestempeld (verlaagd).

2. Vooral ouderen worden door afstempelen benadeeld
Ouderen voelen nu direct al het effect van afstempelen of het overslaan van indexaties. Maar verlagen (afstempelen) of niet meegroeien met de inflatie (indexaties overslaan) van de pensioenen tast niet alleen de uitkeringen van de gepensioneerden aan. Het verslechtert ook de toekomstige pensioenen van niet-gepensioneerden. Die merken het nu niet in hun portemonnee, maar ze bouwen minder op voor later. Zo proberen de pensioenfondsen de pijn zo veel mogelijk te verdelen over de generaties.

3. Afstempelen van pensioen treft gepensioneerden met lage inkomens het hardst
Gepensioneerden met alleen AOW hebben geen last van afstempelen. De AOW wordt namelijk geïndexeerd (elk jaar opgehoogd met de inflatie). Ouderen met een klein aanvullend pensioen voelen de korting wel. Bijvoorbeeld: ontvangt u per jaar € 20.000 aan AOW en € 5.000 aanvullend pensioen en wordt uw aanvullend pensioen 10% afgestempeld? Dan daalt uw bruto jaarinkomen met € 500; dus van € 25.000 naar € 24.500. Iemand met een hoog inkomen loopt bij een korting van 10% logischerwijs een hoger bedrag mis.

4. Afstempelen van pensioen treft gepensioneerden met hoge inkomens het hardst
Dat klopt. Maar senioren met een laag inkomen hebben vaak niet zoveel spaargeld of vermogen (een kleine financiële buffer). Ze wonen vaker in een huurhuis en hebben minder geld om tegenvallers op te vangen. Stijgen de uitgaven voor bijvoorbeeld zorg, vervoer of energie? Dan voelt een oudere met een laag inkomen het afstempelen meer dan een oudere met een hoog inkomen. Mede daardoor is er nog altijd te veel armoede onder gepensioneerden.

5. Ik ontvang straks minder pensioen dan ik aan premie heb ingelegd
Nee. Voor een groot deel van de mensen met een pensioenregeling wordt de premie ‘geëvenaard’ door de werkgever. Pensioenfondsen beleggen met de inleg. Hierop ontstaat (fors) rendement. Grofweg vormt dit rendement 2/3 deel van de pensioenuitkering. Rekenvoorbeeld: iemand betaalt in 40 jaar ruim €40.000 aan pensioenpremie en ontvangt na pensionering een totale pensioenuitkering van ruim €250.000.

6. Ouderen die met pensioen gaan hebben minder uitgaven
Veel uitgaven gaan juist omhoog na pensionering. Aan leuke dingen die je in de vrije tijd kunt doen. Maar ook aan noodzakelijke kosten. Zoals zorg, vervoer, huishoudelijke hulp en energie. Senioren in en huurwoning hebben vaak stijgende woonlasten. Veel ouderen zien juist de uitgaven stijgen in plaats van dalen.

7. Pensioenfondsen nemen te grote beleggingsrisico’s met ons pensioen
Dat valt wel mee. Pensioenfondsen beleggen gemiddeld ongeveer een kwart van hun geld in aandelen. Ze spreiden veel risico’s. Bijvoorbeeld tussen vastgoed, grondstoffen en obligaties. Dat moet ook wel, omdat we anders veel hogere premies moeten betalen om later een fatsoenlijk pensioen te kunnen ontvangen. Pensioenfondsen beleggen op een professionele manier. Tegen lagere kosten dan wij zelf. De premies blijven (relatief) laag dankzij de beleggingsopbrengsten.

8. Overgeslagen indexaties krijgen we nooit meer terug
Pensioenfondsen kunnen besluiten om overgeslagen of te lage indexaties later toch uit te keren. Dat heet inhaalindexatie. Inhaalindexatie is wel gebonden aan een aantal eisen. Zo moeten de financiën van een pensioenfonds ruim voldoende zijn om alle pensioenen ook in de toekomst volledig te kunnen blijven indexeren. De periode waarover indexaties alsnog mogen worden uitbetaald, is maximaal vijf jaar. Hopelijk ontstaat de komende jaren bij pensioenfondsen weer wat ruimte om overgeslagen of te lage indexaties alsnog uit te keren.

9. De inzet van KBO-PCOB heeft geen zin
Gepensioneerden hebben minder mogelijkheden dan werkenden om iets te doen aan hun pensioensituatie. Daarom is pensioen voor KBO-PCOB een belangrijk speerpunt in ons beleid. Zo schrijven we brieven naar de Tweede en Eerste Kamer, spreken met politici en met de Sociaal-Economische Raad. We organiseren bijeenkomsten en doen onderzoek. En we vragen in de media aandacht voor alles rondom pensioenen. Die inzet heeft zin, want de politiek luistert naar organisaties van senioren en gepensioneerden. En ze weten dondersgoed dat ze, met 3,5 miljoen senioren in Nederland, geen gekke dingen moeten doen met de pensioenen, nu en in de toekomst.

Lees meer in ons Dossier Pensioenen.

Vragen over uw pensioen? U kunt elke woensdag van 13.00 tot 15.00 uur bellen met de KBO-PCOB Pensioentelefoon: 0900 – 8 21 21 83.

terug naar overzicht