CSO op de bres voor de pensioenen
CSO op de bres voor de pensioenen
Het is niet stil in Den Haag van de zijde van de ouderenbonden. Wij, de Unie KBO vertegenwoordigd door de CSO, hebben gesprekken gevoerd met de minister, de directeur generaal van het ministerie en met de directeur pensioen van het ministerie over tal van zaken de pensioenen betreffende.
Zo hebben wij met de minister afgesproken dat de ouderen (gepensioneerden) in de discussies die nu worden gevoerd en de studies die nu worden gedaan over de consequenties die het pensioenaccoord met zich brengt een volwaardige en gelijkwaardige inbreng kunnen leveren als b.v. sociale partners, wetenschappers en andere belanghebbende partijen. Er zullen nog vele gesprekken volgen.
Wij zijn daar volop mee bezig. De Unie-KBO heeft daarvoor extra mensen (leden) ingezet in de commissie pensioenen van de CSO. De studies, die plaats vinden onder de verantwoordelijkheid van de minister, staan onder grote tijdsdruk en het zijn zeer gecompliceerde problemen. De minister heeft de 2e kamer beloofd spoedig met antwoorden en concept oplossingen te komen.
De in het verleden gehanteerde rekenrente van 4% heeft niet geleid tot overschotten. In tegendeel, toen was de rente veel hoger en als toen een marktrente was gehanteerd waren de boekhoudkundige overschotten veel hoger geweest. De overschotten kwamen door de zeer hoge beleggingsresultaten.
De PSW (pensioen en spaarfondsenwet) en later de pensioenwet hebben nooit toegestaan dat de pensioenverplichtingen contant gemaakt mochten worden met behaalde rendementen. Na de vaste rekenrente van 4% kwam de rentetermijnstructuur. Dus niet de actuele marktrente. De verplichting tot bijstorten wordt in de overeenkomst en het pensioenreglement geregeld. Maar het is wettelijk nog steeds zo dat een eventuele afstempeling een uiterste middel is.
Wij zijn van mening dat de RTS geen goede methode is om de verplichtingen van een pensioenfonds te bepalen. Wij zijn wel voor een rekenrente die mark georiënteerd is maar de volatiliteit van vandaag aan de dag vermijdt.
Dat er in de publiciteit niet veel naar buiten komt is waar maar wij hebben afspraken gemaakt en hebben daartoe nu geen enkele reden. Zodra de minister met zaken komt en deze vereisen onze reactie, dan zullen wij zeer zeker reageren.
Met vriendelijk groet,
Joop Beugelsdijk (Bestuurder Unie KBO en voorzitter commissie pensioenen CSO)
Zo hebben wij met de minister afgesproken dat de ouderen (gepensioneerden) in de discussies die nu worden gevoerd en de studies die nu worden gedaan over de consequenties die het pensioenaccoord met zich brengt een volwaardige en gelijkwaardige inbreng kunnen leveren als b.v. sociale partners, wetenschappers en andere belanghebbende partijen. Er zullen nog vele gesprekken volgen.
Wij zijn daar volop mee bezig. De Unie-KBO heeft daarvoor extra mensen (leden) ingezet in de commissie pensioenen van de CSO. De studies, die plaats vinden onder de verantwoordelijkheid van de minister, staan onder grote tijdsdruk en het zijn zeer gecompliceerde problemen. De minister heeft de 2e kamer beloofd spoedig met antwoorden en concept oplossingen te komen.
De in het verleden gehanteerde rekenrente van 4% heeft niet geleid tot overschotten. In tegendeel, toen was de rente veel hoger en als toen een marktrente was gehanteerd waren de boekhoudkundige overschotten veel hoger geweest. De overschotten kwamen door de zeer hoge beleggingsresultaten.
De PSW (pensioen en spaarfondsenwet) en later de pensioenwet hebben nooit toegestaan dat de pensioenverplichtingen contant gemaakt mochten worden met behaalde rendementen. Na de vaste rekenrente van 4% kwam de rentetermijnstructuur. Dus niet de actuele marktrente. De verplichting tot bijstorten wordt in de overeenkomst en het pensioenreglement geregeld. Maar het is wettelijk nog steeds zo dat een eventuele afstempeling een uiterste middel is.
Wij zijn van mening dat de RTS geen goede methode is om de verplichtingen van een pensioenfonds te bepalen. Wij zijn wel voor een rekenrente die mark georiënteerd is maar de volatiliteit van vandaag aan de dag vermijdt.
Dat er in de publiciteit niet veel naar buiten komt is waar maar wij hebben afspraken gemaakt en hebben daartoe nu geen enkele reden. Zodra de minister met zaken komt en deze vereisen onze reactie, dan zullen wij zeer zeker reageren.
Met vriendelijk groet,
Joop Beugelsdijk (Bestuurder Unie KBO en voorzitter commissie pensioenen CSO)