Er is geen gebruiker ingelogd

Direct naar:
Column

Column

Ga direct naar:
Column door Fons Captijn: Zegenen
Column door Bobszsz: Voor wie bent u er?
Column door Niny van Oerle: Gemeenteraadsverkiezingen – bent U al kandidaat in uw gemeente?
Column door Jan Kramer: Grijze golf is uit
Column door Sijp Nanne: Verwende nesten
Column door Wim Stoop: De smoes van de eeuw?
Column door Nico Zaal: Solidariteit – deugd of dwang?
Column door Arthur Brand: Zorg en gelukkig
Column door Willem de Ruijter: “Laat de kinderen werkster betalen”
Column door Dames Klunder: Hospice
Column door Piet Brans: Nivelleren
Column door Piet van den Eijkhof: Dromen zijn niet altijd bedrog
Column door Marcel Laponder: Gebakken lucht
Column door Sandra Woldering: Eten met aandacht en het halveer-plan!
Column door Mary van der Horden: Kleinkinderen, ons een grote zorg!
Column door 'Lichtgrijs'
Prof. dr. M.Il Broese van Groenou: Informele zorg, schuivende panelen en een krakend fundament
Alle columns die u eerder heeft kunnen lezen op onze website vindt u hier

Door Fons Captijn

Zegenen

Beste vrienden,

Op een mooie dag, al weer een tijd geleden, stond ik in de rij voor de kassa van de Bruna om te kunnen afrekenen.
Mijn mobiel ging over. Toen ik eindelijk had opgenomen kon ik de mens aan de andere kant van de ‘lijn’ niet verstaan.
“Met wie spreek ik?’ vroeg ik. En de stem aan de andere kant noemde zijn naam en vroeg mij of ik misschien de meneer was, die elke jaar de auto’s zegende.
Toen ik dat bevestigde maakte hij me duidelijk dat hij van het NCRV-programma ‘Man-Bijt-Hond’ was. Of ik snel kon langs komen om de Fyra te zegenen. U weet wel, die hogesnelheidstrien die na een maand al jammerlijk tot stilstand was gekomen.
Die middag rond een uur of twee zouden de opnames zijn. Ik barstte in lachen uit. De mensen in mijn rij keken we vragend fronsend aan.
“U vindt het leuk”, veronderstelde de man van ‘Man-Bijt-Hond’. “Inderdaad”, antwoordde ik. Maar vanmiddag haal ik niet en daarbij komt dat de Fyra al tot staan gekomen is. De zegen komt dus te laat”.
“U kunt echt niet komen?” drong hij aan. “Echt niet, echt niet?” Terwijl in mijn hoofd zich heel snel een aantal filmpjes afspeelden, besloot ik toch om niet op het verzoek van de ‘andere kant’ in te gaan.
Hij was teleur gesteld, veronderstelde ik. Ik zag toch de lol er wel van in. Maar zegenen als het kwaad al is geschied leek me geen optie. Om te denken dat die hogesnelheidstrein weer op snelheid zou komen juist door de zegen ging me te ver. Moest ‘ie’ maar naar Lourdes gaan.
Maar, vrienden, zegenen is toch zo gek nog niet volgens mij.
Zegenen, bene-dicere in het Latijn, betekent goede woorden spreken, iets goeds of iets liefs zeggen tegen anderen of over anderen.
Tijdens een doopplechtigheid vraag ik altijd aan de peetouders of zij, wat er ook gebeurd, altijd iets goeds of iets liefs willen zeggen over en tegen hun petekind. Ook als anderen dat niet meer doen. Want ik ben er van overtuigd dat iemand over wie niets moois, niets goeds en niets liefs gezegd word, eigenlijk geen leven meer heeft.
Zegenen is dus van levens belang, naar mijn mening, ook voor degenen die wij betichten van kwaad en van geweld.
Was het Jezus niet, die op het kruis vroeg: “Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.”
Durven we het aan om alle mensen, ongeacht wie of wat ze zijn, ondanks alles, toch te zegenen? Kunnen we door onze goede woorden de cirkel van het kwaad doorbreken?
Denk er eens over na en volg je hart. En wie weet wordt onze wereld toch weer een heel klein beetje mooier, liever en menselijker.

Fons Captijn

Terug naar boven

Door Bobszsz

Voor wie bent u er?

Hebt u dat ook wel eens meegemaakt? Ben je jarig, veel visite, ‘tis warm, je zweet, raam open, en hup de koude rilling. “Ach, koutje op de rug” denk je dan; “gaat wel over met wat hete balsem en paracetamol”.
Volgende dag rillingen, koorts, blijf maar in bed; nog steeds niks aan de hand, maar na 3 dagen wordt het wat te gek.
Vrijdagnacht komt mijn vrouw thuis van haar werk, zegt: “dit kan zo niet!”
Belt de huisartsenpost; snel daarheen; die arts vertrouwt het niet: “Niks koutje! Hier is meer aan de hand!” Door naar eerste hulp; allerlei onderzoeken, bloedprikken, infuus; conclusie: “longontsteking”. Niks naar huis! Opname! en dan lig je zomaar op de longafdeling van het Westfries Gasthuis.
Wat zijn wij, ouderen, toch eigenlijk vreselijk kwetsbaar!
Nou moet ik zeggen: de zorg op die afdeling is geweldig; voor je plezier ga je niet, maar als het dan toch moet…… grandioos!
Eerst lag ik er alleen, maar in de loop van de volgende dag kwam de heer K. er ook liggen; voor de 4e keer dit jaar, zoals hij bromde: opgegeven met longkanker! Oef! Dan schrik je wel even. Meneer K. zag het ook allmaal niet meer zo zitten: “voor mij hoeft het niet meer.”
Maar dan toch, he! Je praat toch maar eens wat met zo’n man; over gewone dingen: heb je trek in een aardbei? (mijn dochter had een Wognums mandje gebracht, heerlijk!); en heb je familie? Hoe oud ben je? Nou, hij was 71, nog jonger dan ikzelf, weduwnaar en met zijn familie had hij weinig echt contact behalve met zijn kleindochter; die was met Pfeiffer thuis, was bij hem ingetrokken en verzorgde hem en zijn hondjes.
“Man,” zeg ik: “je hebt dus nog heel veel om voor te gaan in de tijd die je nog gegeven is!”
“Ja,” zei meneer K. “eigenlijk toch wel he, als je het zo bekijkt”.
Waarom vertel ik dit u nu eigenlijk? Wel, ik heb weer eens mogen ervaren hoe belangrijk het is als mensen er voor elkaar durven zijn, zonder vooroordeel, gewoon er zijn, open.
En het tweede is, dat mij opviel hoe zo’n jonge meid als de kleindochter van meneer K. zonder enig probleem een toch hele zware mantel-zorgtaak op zich neemt, terwijl zijzelf ook niet helemaal in orde is. Laten wij ouderen toch ook dankbaar zijn voor onze jongeren en hen niet altijd zo negatief angstig benaderen.
Ik ben nu weer thuis; meneer K. en ik hebben als vrienden afscheid genomen; hij vond mij een toffe peer, wat ik als een groot compliment beschouw; ik heb hem een waardig restant van zijn leven gewenst en ook dat viel goed bij hem.
Voor wie bent u er?


Bobszsz

Terug naar boven

Door Niny van Oerle, voorzitter KBO Noord-Holland

Gemeenteraadsverkiezingen – bent U al kandidaat in uw gemeente?

Wikipedia zegt over gemeenteraadsverkiezingen hetvolgende: “De Nederlandse gemeenteraadsleden worden om de vier jaar gekozen. Artikel 129 van de Grondwet schrijft voor dat de leden rechtstreeks worden gekozen. Rechtstreeks betekent zonder tussenschakels en tussenpersonen. Dit betekent dat die leden een zetel behalen die de meeste stemmen krijgen.” – dus zorg dat u op een kieslijst komt en dan bent U wellicht gemeenteraadslid vanaf 2014!

Om stemmen te kunnen verzamelen moet men op de lijst staan van een partij die meedoet aan de verkiezingen. Ik wil elk van u aanraden om een plaats op een kieslijst te overwegen – en indien u het ziet zitten bij uw eigen partij te ijveren voor een plaats op de lijst. Als lid van de KBO heeft u een aantrekkelijke brede achterban achter u staan en dat maakt u direct al een aantrekkelijke kandidaat.
Vanuit de KBO hebben we een aantal duidelijke standpunten benoemd die we graag in de gemeentepolitiek willen verwezenlijken. We werken daarvoor samen met politieke partijen. De meest effectieve manier om deze standpunten tot daden te laten omzetten is natuurlijk als wij zelf een rol hebben in de gemeenteraad. Maar ook als laatste op de lijst, lijstduwer en niet gekozen als lid, kan u inbreng belangrijk zijn.

Ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat het erg inspirerend en bevredigend is om na een “gewone” carriere mee vorm te geven aan het beleid van een gemeente. Stuur mij een mailtje (op: ninyvanoerle@hotmail.com) als u vragen heeft over het verkrijgen van een plaats op de kieslijst – of over het werk als gemeenteraadslid.
Hieronder deel ik nog een korte samenvatting van uitgangspunten die wij als KBO belangrijk vinden voor beleidsbepaling binnen een gemeente. U kunt daar uw eigen richting aan geven als u ervoor kiest om een rol te nemen in de gemeentelijke politiek.
De toekomst van het nieuwe ouder worden ligt grotendeels buiten de zorg. Het positieve beeld is dat senioren gezond blijven deelnemen aan de samenleving en zich daarin welbevinden. Daarom kiest de KBO voor een gemeente waarin we samenleven en samenwerken. Een gemeente waarin respect en fatsoen de toon zetten. Dat is van belang voor alle generaties.

Enkele hoofdpunten van wat wij als KBO belangrijk vinden voor de gemeentepolitiek:

  1. Stimuleren dat alle ouderen actief meedoen in de samenleving.
  2. Goede en toegankelijke zorg voor kwetsbare ouderen.
  3. Ondersteunen van mantelzorgers.
  4. Planmatige aanpak van eenzaamheidspreventie.
  5. Een goede samenhang tussen de verschillende voorzieningen.
  6. Goed openbaar vervoer.
  7. Mogelijkheden behouden- en creëren van sport en ontspanningsmogelijkheden.
  8. Goede levensloopbestendige woningen met mogelijkheid tot aanleg domotica voorzieningen.
  9. Plaatsen en onderhouden van bankjes op publieke plaatsen.

Laten wij ons samen hard maken voor een lokale omgeving waarin we positief kunnen samenleven – met alle generaties. Ik hoop dat u een rol als gemeenteraadslid of lijstduwer, serieus overweegt. Het kan uw leven en het leven van uw omgeving verrijken!

Groet!
Niny van Oerle

Terug naar boven

Door Jan Kramer, secretaris KBO Noord-Holland

 

Grijze Golf is uit.

Er is de laatste jaren steeds gesproken over de ‘grijze golf’ die handenvol geld kost en nog meer zal gaan kosten. Het algemene beeld over ouderen: “ ziek, zwak, misselijk en hebben veel hulp nodig. De werkenden moeten al die kosten gaan opbrengen. In de politiek is de ‘grijze golf’ de belangrijkste reden om de kostenstijgingen te verklaren. Hiermede kan het eigen falen verstopt blijven.

Sinds het kabinet Rutte II wordt er niet meer gesproken over de ‘grijze golf’ de groep ouderen die veel geld kost. Er is iemand geweest die een veel slimmer idee had. Ga de ouderen prijzen dat zij nog zo goed zijn en voor altijd thuis kunnen blijven wonen. Ga wel even op huisbezoek om matjes op de gladde vloer weg te halen en snoeren weg te halen zodat het veilig is anders gebeuren er ongelukjes en dat kost weer veel zorggeld. Komt er vanwege de hogere leeftijd toch een lichamelijke beperking en is er daardoor wat hulp thuis nodig, dan kan dat prima. Gewoon op de vrije markt zelf hulp inhuren. Ouderen hebben AOW en pensioen dus dat kan best. Voor de hele kleine groep die geen pensioen heeft is er de komende jaren nog een regeling en daarna is die groep er niet meer. De nieuwe ouderen, de baby boomers, moesten meedoen aan een verplichte pensioenopbouw.
Dan is er nog een belangrijke reden om de ouderen te prijzen. Zij zijn altijd zuinig geweest. Hun stelregel was: eerst sparen en dan pas kopen. Door zuinig te zijn kan je later ook nog iets voor je kinderen nalaten. De kinderen van deze ouderen zijn nu degene die de maatschappij vormen en het land besturen. Zij weten, uit eigen ervaring, dat de ouderen van nu de vermogende groep zijn… Verhoog de inkomsten belasting en daarmee kan je het tekort oplossen. Praat niet meer over de “Grijze Golf” want die bestaat niet. De ouderen van nu zijn de “Rijke Golf” daar kan je heerlijk in baden.

De door dit kabinet ingevoerde belastingverhoging van 15,2% naar 19,1% in de eerste schijf heeft voor 65-plussers zeer nadelige gevolgen. Om de politiek hiervan te overtuigen heeft de achterban van de ouderenorganisaties massaal hun handtekening gezet tegen deze maatregel.
Diverse pogingen om bij Staatssecretaris Weekers van Financiën, die belastingen in zijn portefeuille heeft, de ruim 20.000 handtekeningen te overhandigen hebben zijn niet geslaagd.
Het ministerie heeft op het laatste moment mr. Edwin Visser, Directeur Directe Belastingen bereid gevonden de stem van de ouderen te horen.
De handtekeningen zijn op donderdag 14 maart om 16.00 uur aangeboden in de hal van het Ministerie van Financiën, Korte Voorhout 7 in Den Haag.

Het is goed dat er een KBO is die voor uw belangen opkomt. Het is goed dat u lid bent van de KBO of zich vandaag nog gaat aanmelden.

Jan Kramer, secretaris KBO Noord-Holland

Terug naar boven 

Door Sijp Nanne

 
Sijp Nanne is voorzitter van Regioraad Midden Kennemerland en is lid van het Algemeen Bestuur van KBO Noord-Holland.

Verwende nesten

 
Kinderen die alles kregen wat hun hartje begeerde. Bij wie het woord genoeg niet in het woordenboek voorkwam. Zelfs voor het woord tevredenheid was in hun denken geen plaats. Als goedwillende buur of als oude wijze en ervaren opvoeder probeerde je het nog wel eens. Je mag toch ook wel eens wat over hebben voor je broertje of zusje of voor een vriendje of vriendinnetje dat het wat minder had. Het was veelal aan dovemansoren gezegd. Zulke kinderen werden vaak verwende nesten genoemd.
Eigenlijk zou je de ouders er een keer op aan moeten spreken. Maar omdat je het antwoord al kende liet je dat maar achterwege. Waarschijnlijk zouden ze je dringend adviseren je niet met hun zaken te bemoeien. Anders zouden ze je wel duidelijk maken dat ze alleen maar wilden dat hun kinderen het beter zouden hebben dan zij het zelf hebben gehad. Dan haalde je je schouders maar op en dacht “gelukkig hebben wij onze kinderen zelf beter opgevoed”, toch ??

De laatste tijd begint zich een vergelijking bij mij op te dringen. Ik kan het ook niet helpen. Telkens als het in de krant of in andere media weer over de arme, de kwetsbare of de zwaar getroffen ouderen gaat, komt dat beeld weer naar voren.
Hoeveel jaren hebben de ouderen van nu niet gekend dat het niet op kon. Sommigen hebben de tijd nog meegemaakt dat er geen AOW was. Dat was dezelfde tijd dat ze nog achtenveertig uur in de week werkten inclusief de zaterdag. Ze vroegen en kregen een veertig urige werkweek en nog een vrije zaterdag op de koop toe. Maar dat was nog niet genoeg. Het moest nog korter. Op dit moment is de werkweek zesendertig uur. Er was een tijd dat ze recht op één week vakantie en een paar snipperdagen hadden (inclusief de zaterdag). Ze vroegen en kregen meer. Inmiddels zo’n twee tot drie weken vakantie en daarnaast nog een aantal snipper- en seniorendagen.


Nu zijn ze met pensioen. Velen hadden bij het beging van hun loopbaan geen idee hoe hun pensioenregeling er uit zou zien, als ze er toen al een hadden. Inmiddels genieten zij van een pensioenregeling die in beginsel recht geeft op 70% van hun laatstgenoten salaris. Een salaris overigens dat jaar in jaar uit met procenten meer dan de inflatie werd verhoogd.
En hun huis. Afbetaald (of bijna afbetaald) en drie tot vier keer meer in Euro’s waard dan ze er destijds in guldens voor hebben betaald. Natuurlijk, voor al die verworvenheden is hard gewerkt. Met dat harde werken is zeker ook een bijdrage geleverd aan de opbouw van onze huidige maatschappij.
Maar het één heeft niet echt met het ander te maken. Ook in de (echte) crisisjaren is er hard gewerkt. Het waren de tijd en de omstandigheden die ons de welvaart hebben gebracht, net zoals de tijd en de omstandigheden in bijvoorbeeld de Gouden Eeuw dat hebben gedaan.
Het woord nest is misschien niet zo goed gekozen. Maar verwend is de huidige generatie gepensioneerden de laatste decennia gemiddeld genomen wel. Zaak is dat zij, nu de tijd en omstandigheden wat minder lijken, niet dezelfde fout als de verwende nesten van vroeger maken.
Eigenlijk zou iemand ze daar een keer op moeten aanspreken. Maar ja, wie zou dat nu moeten doen?


Sijp Nanne,
voorzitter Regioraad Midden Kennemerland


Terug naar boven

Door Wim Stoop

Wim Stoop is oud bestuurslid van de vakbond CNV en lid van KBO Velsen.

De smoes van de eeuw !?

Als we een van de meest recente politieke oprispingen, “kinderen moeten maar voor hun ouders zorgen”, op de keper beschouwen rijst de vraag of achter de titel van deze column een uitroepteken dan wel een vraagteken geplaatst moet worden.
Opvallend is in ieder geval dat deze oproep wordt gelanceerd nu er een economisch slechte periode uit de hemel van de banken op onze hoofden is neergedaald. En ja hoor, plotseling is het toch volstrekt normaal dat kinderen voor hun ouders zorgen. Het is zelfs hun morele opdracht en dito plicht. Die ouders zorgen toch ook voor hun kinderen, hebben er heel veel voor over?
Dat ouders er voor hun kinderen zijn en niet andersom mag je zelfs niet in je stoutste dromen denken, laat staan uitspreken of neerschrijven. Toch waag ik me daar aan. Als ouder krijg je je kind te leen en niet andersom. En wat de politiek betreft, laten die dames en heren nu eens ophouden met hun flauwe smoezen. Veelal dacht, toen de bomen nog tot de hemel groeiden, geen haar op hun al dan niet respectabele hoofden er aan vraagstukken als zorgplicht en zorgrecht uit liefde op de discussietafel te leggen. Waarom nu dat ethische balletje dan wel de lucht in geslingerd? Als doekje voor het bloeden. Er wordt een ethisch sausje gegoten over de bezuinigingen in de AWBZ om het blamerende feit te verbergen dat wij Nederlanders kennelijk met z’n allen andere prioriteiten leggen. Want dat is er aan de hand: we hebben er niet meer geld voor over.

Neig ik dus tot de stelling dat ik niets van mijn kinderen moet of zelfs kan verlangen (hoewel ik natuurlijk wel blij ben als ik iets van ze krijg). De vraag blijft hoe wij ouderen met het nu dreigende gevaar van zorggebrek omgaan.
Makkelijke vraag, moeilijk antwoord. Wij zijn wel in ongelooflijke mate én met heel velen zelf in onze buurten, met kinderen en vooral kleinkinderen, in de parochies, vakbeweging en ouderenbonden, al dan niet mantelzorgelijk druk met vrijwilligerswerk, maar veel directe economische macht hebben we als groep niet.
Hoewel, tijdens mijn dagelijkse meditatie, vlak voor het wakker worden, speel ik wel eens met de gedachte om wat druk op de landelijke ketel te zetten, om de politieke dames en heren een West-Fries “poepje te laten ruiken”. Bijvoorbeeld door via een column de duizenden leden van de ouderenbonden op te roepen allemaal gedurende een week elke werkdag vijf Euro van de bank te halen en er dan meteen weer op te zetten. Dat moet toch een lekkere rel opleveren. Voorwaarde is dan natuurlijk wel dat we in echt heel grote getale mee doen en zou er zoveel solidariteit zijn ? Want laten we wel zijn: als je zo iets start en dan omkijkend ervaart dat er niemand mee doet, sta je mooi wel voor Joker en span je het paard eerder achter dan voor de wagen.
Oké, maar als je dan angsthazerig constateert dat je van de eventueel toch wel aanwezige economische macht geen gebruik durft te maken, wat dan met dat dreigende zorggebrek? Niets doen, je moede hoofd in een al dan niet prettige schoot leggen? Of toch maar samen optrekken?

In Trouw vroeg een lezeres aan Kamerleden hoe zij, geheel kinderloos, aan de nodige zorg zou komen als ze die niet zelf meer ergens zou kunnen halen. De Kamerleden zullen ongetwijfeld antwoorden dat zij daar t.z.t. echt wel een oplossing voor hebben; of anders (via het korter laten branden van de straatlantaarns) de gemeente wel. De vraag verbergt echter schrijnend een diepe angst en is in zichzelf een schreeuw om hulp. Met tezijnertijd- oplossingen houd je nu bij Paul & Witteman wel schone handen. Maar dat pleitte Pilatus destijds al niet vrij.
Het enige wat ik kan bedenken om deze lezeres na haar nachtmerrie te wekken met wat hoop, is de verwachting dat we samen wél wat kunnen betekenen. In de ouderenbonden, in de vakbeweging, in de buurt.
Dus punt een is: lid worden en blijven en dan ook wat doen. Wat dan ook en hoe dan ook. Punt twee is, niks beroep op mijn kinderen die weer voor hun kinderen moeten zorgen en daarmee al moeite genoeg hebben. Nee, we doen het samen binnen onze generatie. We hebben het samen na de oorlog geklaard. En nog vrij netjes ook. We klaren het ook nu. Ook voor die mevrouw in Trouw.
Dat we dan bij komende verkiezingen misschien wat beter uit onze doppen moeten kijken is wel belangrijk maar op dit moment nog even, zo zegt de barman in Irma la douce, an other story.

Wim Stoop, Santpoort noord

Terug naar boven

Door Nico Zaal

Nico Zaal is voorzitter van Regioraad Amsterdam en lid van het Algemeen Bestuur van KBO Noord-Holland.

Solidariteit – deugd of dwang?

De menigte die het geloof had aangenomen, was één van hart en één van ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk.
Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of hulzen bezaten, deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte.


Een bekende passage uit het Bijbelboek Handelingen dat 60 tot 70 jaar na Christus moet zijn geschreven. De beschrijving van een idyllische gemeenschap aan het begin van onze jaartelling. In de eeuwen die hierop volgden is deze idylle er heel anders uit komen te zien.
Wereldse machthebbers bouwden over de ruggen van hardwerkende en arme mensen hun kastelen en paleizen en religieuze leiders hadden het drukker met de verdediging van hun “koninkrijken” en het uitvoeren van kerkelijke wetten dan met het prediken van christelijke waarden als naastenliefde en solidariteit.

Solidariteit komt van het Latijnse ‘solidare’, dicht, hard, vast, sterk maken, en in overdrachtelijke zin: tot een geheel maken, samenvoegen. Niet alleen solderen, maar ook soldaat en soldij hebben hun etymologische wortels in het Latijnse ‘solidus’. Terwijl het begrip solidariteit in onze taal oorspronkelijk een louter juridische betekenis had, figureert het sinds anderhalve eeuw in ons alledaagse spraakgebruik, in politieke ideologieën en in wetenschappelijke beschouwingen.
Lange tijd was het begrip vooral een strijdkreet uit de linkse beweging: ‘hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit’. Vanuit die beweging ontstonden wetten en regelingen waarop armen en ouderen een beroep konden doen. Het waren regelingen die door professionals (ambtenaren) werden uitgevoerd en waaraan iedereen verplicht was via belasting of andere heffingen bij te dragen.
Vanuit Christelijke inspiratie waren organisaties zoals de Vincentiusvereniging en Charitas ontstaan. Hierin waren vooral vrijwilligers actief en de voornamelijk geldelijke bijdragen waren vrijwillig en kwamen vooral uit eigen kring.
Recentelijk maakte het begrip solidariteit een revival door en staat het, net als aan het einde van de vorige eeuw, weer op de politieke en wetenschappelijke agenda. Door de ontkerkelijking en vergrijzing lijden de Christelijke organisaties een kwijnend bestaan.
Individualisering leidt ertoe dat solidariteit in geld en daad niet meer in gemeenschappen wordt beleefd maar wordt “gedelegeerd” naar overheden. De overheden hebben het steeds moeilijker om het benodigde geld bij elkaar te krijgen voor de taken die bij hen zijn neergelegd.

Wat is wijsheid? De heffingen verhogen en maar hopen dat de overheid erin slaagt de lasten over iedereen en eerlijk te verdelen. De sterkste schouders en de zwaarste lasten, weet u wel. Het zal een eindeloze discussie blijven.

Een alternatief is solidariteit weer metterdaad te gaan beleven. Niet alleen door oudere vrijwilligers voor ouderen te laten zorgen. Maar ook jongeren ervan te doordringen dat ook zij hopelijk de tijd krijgen om oud te worden en dat werkzaamheden niet altijd naar geld omgerekend hoeven worden.
In pensioensfeer wordt voortdurend gepleit voor solidariteit tussen generaties. De ouderen nu een pas op de plaats ten gunste van de jongeren die hun oudedagsvoorziening nog moeten opbouwen. Mogen wij van de jongeren vragen vrijwillig solidair te zijn in zorg voor ouderen op een manier die niet direct geld kost, hooguit een deel van hun quality time met overigens een hooggewaardeerde bezigheid.
Niet wachten tot hulp in verzorgingshuizen – zo lang die er nog zijn - of andere vormen van mantelzorg verplicht worden of dat een maatschappelijke dienstplicht wordt ingevoerd. Op die manier worden wij misschien verlost van de verzuchtingen door professionals, dat zorgkosten uit de hand lopen door de vergrijzing -lees: ouderen. De eerste besparing is misschien gelijk de beste: het uitblijven van een schuldcomplex bij ouderen!

Nico Zaal,
Voorzitter Regioraad Amsterdam, lid Algemeen Bestuur KBO-NH

Terug naar boven

Door Arthur Brand

Arthur Brand is lid van het Dagelijks Bestuur van KBO-NH.

Zorg en gelukkig

Verzorgen, bezorgen, zorgen, ontzorgen, zomaar wat werkwoorden met het woord zorg. Naast deze werkwoorden zijn er ook nog diverse andere woorden met daarin het woord zorg. Denk aan bezorgd, verzorgd en zorg. Gaan we nu combinaties maken met al deze woorden dan blijkt dat dat ze heel verschillende betekenissen kunnen hebben. Kijk maar.
De thuishulp heeft haar cliënt heel bezorgd verzorgd. De bloemist heeft het boeket heel verzorgd bezorgd. Ik moet zorgen dat mijn moeder wordt ontzorgd en daar maak ik me zorgen over.

Met al deze mogelijkheden is het niet verwonderlijk dat het woord zorg zo vaak opduikt in onze gesprekken en in de media. We hebben het dan over zorg om het milieu, zorg om de euro, zorg om het afnemende veiligheidsgevoel en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.
Allemaal terechte zorgen maar gaan ze ons leven niet overheersen door er zoveel woorden aan te besteden ? Zouden we niet een beetje gelukkiger worden als we meer aandacht geven aan de leuke dingen in ons leven,hoe klein die soms ook geworden zijn.
Het Centraal Planbureau, de rekenmeesters van de overheid, heeft berekend dat slechts 3% van de 65+ ers een laag inkomen heeft. Dan heeft 97% dus een modaal of hoger inkomen, waarvan wel steeds meer zelf betaald moet worden. Wordt dan de zorg of van dit inkomen de zorg niet meer betaald kan worden of wordt de zorg dat er minder overblijft voor uitstapjes en vakanties?
Zit ik doordeweeks in de trein na 9 uur dan zit ik tussen heel veel leeftijdgenoten op weg naar een uitstapje of vakantie. De horeca heeft een goede klant aan deze grote groep en musea zijn er ook niet rouwig om dat we met onze museumkaart binnenkomen. Conclusie : bij de mensen die ik zie zijn nog niet echte financiële problemen. Die kunnen er wel zijn bij de mensen die ik niet zie.
De mensen die van hun AOW al of niet aangevuld met een heel klein pensioentje moeten rondkomen. De 3% met een laag inkomen, om hen moeten we ons wel zorgen maken. Bij de contacten die de Unie KBO heeft met de landelijke politiek wordt hier dan ook volop aandacht aanbesteed.

Ook lijkt het zorgelijk dat zoveel zorg verdwijnt. Is iedereen die nu van de zorg gebruik maakt echt afhankelijk van deze zorg ? Nog steeds zien we reportages op de TV waarin ouderen recht van lijf, leden en geest in een verzorgingshuis wonen. Als reden geven ze dan dat dit prettiger is dan alleen thuis wonen. Niks mis mee maar moet de gemeenschap dat betalen ?
Dat hier paal en perk aan wordt gesteld prima. Als zo vaak schiet het systeem hier echter verschrikkelijk door. Al die mensen die het verzorgingshuis wel nodig hebben moeten nu ook thuis blijven wonen. Zij worden afhankelijk van thuiszorg en vooral mantelzorg. Dat is heel zorgelijk want de mantelzorger als het niet de partner is zal heel vaak een dochter zijn met een baan (werken moet immers) een eigen huishouden en gezin die niet in de buurt woont.

Om dit stukje over zorg positief af te sluiten: een Europese studie heeft uitgezocht dat op een schaal van 1 tot 10 de Nederlanders zichzelf een 7,7 geven voor levensgeluk waarmee we tot de top 5 van Europese landen horen. Heel bijzonder er is bijna geen verschil geconstateerd tussen de diverse leeftijdsgroepen. We zijn dus met veel zorgen toch gelukkig.

Prettige Kerstdagen en een zorgenvrij gelukkig Nieuwjaar.

Artur Brand
Lid Dagelijks Bestuur KBO-NH

Terug naar boven

Door Willem de Ruijter

Willem de Ruijter is lid van het Dagelijks Bestuur van KBO-NH en voorzitter van KBO afdeling Bovenkerk/Aalsmeer

“Laat de kinderen werkster betalen”

Toen ik deze krantekop las in “De Telegraaf “ van 7 december jl. sloeg de schrik mij om het hart. Die schrik veranderde in boosheid toen ik het artikel zelf las.
Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid verkondigde op 6 december in de Tweede Kamer Dat wanneer ouders het niet meer alleen reddeen hun kinderen kunnen bijspringen. “ Niet alleen als mantelzorger, maar ook financieel. “

Blijkens dit krantenartikel krijgt Van Rijn niet alleen bijval van zowel zijn eigen partij, de PvdA, maar ziet de VVD er ook wel wat in.
Dat is dus de koers die het huidige kabinet, met betrekking tot de ouderen, gaat varen.

In het verleden waren we overgesocialiseerd en daar werd zeker door sommigen misbruik van gemaakt. Dat we door allerlei omstandigheden nu moeten bezuinigen is geen duscussiepunt. Dat betekent echter niet dat daarom de AWBZ en de WMO moeten worden uitgekleed. Dat betekent wel dat de AWBZ en de WMO moeten worden toegepast waarvoor en zoals zij bedoeld zijn.
De intenties van deze wetten is financieel helpen daar waar dat nodig is. Nodig betekent in dit geval dat men het zelf niet kan financieren. De letters WMO zijn een afkorting voor Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Vooral dat laatste woord zegt alles. Ondersteunen doe je iemand die iets zelf niet kan.

De opvatting van Staatssecretaris Van Rijn is daarom verwerpelijk. Het devies van de Partij van de Arbeid is toch “Samen delen” . Komt ook bij die partij nu werkelijke aap uit de mouw?

Willem de Ruijter
Lid Dagelijks Bestuur KBO-NH en Voorzitter KBO Bovenkerk/Aalsmeer


Wat is uw mening over de uitspraak van de staatssecretaris? Doe mee aan ons opinionderzoek en geef uw mening! Klik hier.

Terug naar boven

Door Dames Klunder

Dames Klunder is afgevaardigde in het Algemeen Bestuurd KBO-NH van Regioraad Zuid-Kennemerland.

Hospice

Zo liefdevol kan uw terminale leven ook eindigen: In een hospice!

Bijna Thuis Huis in Haarlem en Heemstede. Hier wordt juist heel intens geleefd.

Aan de Heemsteedse Dreef 287 en in de Gierstraat 14 in Haarlem, huizen al jarenlang twee Bijna Thuis Huizen voor terminaal zieke gasten. Zij willen mensen in het laatste stukje van hun leven kwaliteit bieden.

Als je binnenstapt in het hospice in de Gierstraat, valt meteen de gemoedelijke en huiselijke sfeer op. In de woonkamer zitten twee van de drie gasten, gezellig te keuvelen met hun bezoek, onder het genot van een kopje koffie. Naast de zithoek zien we een comfortabele eettafel en een open keuken, waar vrijwilligers koffie, thee en de maaltijden verzorgen. Twee gastenkamers hebben uitzicht op de weelderig groene tuin, waar de gasten graag zitten als de conditie het toelaat. De andere kamer kijkt uit op de Gierstraat zelf.
Er zijn werk- en kantoor ruimtes voor de vrijwilligers, wijkverpleging en twee vrijwilligerscoördinatoren.

Veel gelachen
Mensen noemen dit wel eens een sterfhuis, maar die term herken ik totaal niet, stelt Gabriëlle Konings, directeur van de hospices. Dit is juist een huis waar ontzettend intens geleefd wordt. Doordat mensen weten dat ze niet meer lang te leven hebben, worden de contacten intenser en de gesprekken meer inhoudelijk. Er wordt ook veel gelachen. Humor doet een mens goed, vooral als men zich wat terneergeslagen voelt. De nadruk ligt niet op de dood, maar op het leven. Het daadwerkelijke sterven duurt maar een paar minuten. En dat blijft nog altijd iets mystieks en mysterieus, ook al werk je er bijna 15 jaar, zegt Gabriëlle. Het went nooit en is elke keer weer anders, een andere sfeer en persoonlijkheid.

Vertroetelen
De gasten, die in het hospice verblijven, zijn zeer divers.
Bijvoorbeeld jonge moeders, die het moeilijk vinden om thuis de zorg en verantwoordelijkheid los te laten. Maar er komen ook mensen, die echt helemaal alleen op de wereld zijn. Al deze mensen vinden in het hospice een warm huis, voor gemiddeld vier weken.
Er wordt voor de gasten, in het laatste stukje van hun leven, kwaliteit geboden. Ze worden hier ontzettend vertroeteld, zodat ze nog even kunnen genieten van hun familie, van hun favoriete TV programma of een lekker dinertje, enz. enz..

Vrijwilligers zijn goud waard
De drijvende kracht van het hospice is de betrokken groepvrijwilligers. Gabriëlle: We hebben tussen de zestig en zeventig mensen, die zorg aan het bed verlenen, zowel in de hospices als in de buitenzorg. Ook het bestuur is vrijwillig. Daarnaast zijn er vrijwilligers, die in de tuin en huizen klusjes doen, en boodschappen halen. De vrijwilligers worden grondig opgeleid. Ze moeten ook veel in huis hebben, want ze werken met een kwetsbare groep gasten. Vrijwilligers zijn acht uur per week inzetbaar en de meeste tijd wordt echt aan de zorg besteed.
De mensen die in de hospice werken zien veel verdriet en soms schrijnende gevallen. En niet alle terminaal zieke gasten zijn even vriendelijk en gemakkelijk. Af en toe heb je werkelijk contact met een gast. Als je iemand aan bed helpt en ziet, dat diegenen in al zijn kwetsbaarheid vertrouwen in je heeft, dan kan dat een diepe ontroering geven.

Vrijwilligers ondersteunen de terminaal zieke mensen en hun families, als aanvulling op de wijkverpleging. Veel zorg wordt ook thuis gegeven. Daarbij ontlast de vrijwilliger vooral de familieleden van de terminaal zieke in huis, die 24 uur per dag zorg nodig heeft. Je ontlast de partner en geeft die de ruimte om even iets anders te doen en zich te ontspannen.


Dames Klunder
Regioraad Zuid Kennemerland

Terug naar boven

Door Piet Brans

Piet brans is voorzitter van Regioraad Oostelijk Westfriesland en lid van het Algemeen Bestuur van KBO Noord-Holland.

Nivelleren.

U nivelleert toch ook. U bent immers politiek bij de tijd.
Door de een wordt nivelleren als zeer nastrevenswaardig met open armen ontvangen. Door de ander wordt het verguisd en vertrapt. Het is als vloeken in Gods kerk en dat mag niet. Het gaat dus fors mis in wederzijdse acceptatie, maar we ruilen uit met royaal gebaar en vriendelijke lach.
We zien enerzijds vergenoegd de ene stroming achterover leunend in het bestuurlijke pluche met een minzame glimlach de behaalde scores turven. De tegenpool hijst zich geschrokken in het harnas om zich met kracht teweer te stellen tegen wat men als fundamentele aantasting van vrijheid, democratie en het recht op behoud van verworvenheden ziet.
Daar tussendoor loopt nog wat volk rond, dat vertwijfeld roepend probeert te achterhalen wat nu feitelijk over ons uitgestort wordt, wetend dat de macht om onheil te keren uiterst beperkt is.
Nu het volk te hoop loopt is men drastisch aan de gang gegaan om de storm tot bedaren te brengen door olie op de golven? te gooien. Het belastingstelsel is de gevonden uitlaatklep. Geen gerommel met de zorgsector maar belastingmaatregelen om het beoogde effect toch te bereiken, want genivelleerd moet er worden. Dat is het huidige politieke klimaat de laatste maanden in Nederland.

Nederland leert niet van zijn geschiedenis.
In de tachtiger jaren van de negentiende eeuw hebben Frederic van Eeden en anderen zich bezig gehouden met een samenlevingsvorm, die gebaseerd was op gelijkheid. Dat experiment is toen jammerlijk mislukt. De ongelijkheid van mensen bleek toch van groter invloed op handel en wandel dan het gelijkheidsbeginsel en al snel ontstonden weer de verschillen die men juist wilde elimineren.
Dat gelijkheidsbeginsel bestaat ook alleen maar in ons denken als een idee fix. Het enige waarin mensen gelijk zijn is, dat ze ongelijk zijn.
Ik heb ooit leerlingen verbaasd laten staan vanwege een verschillende beoordeling over eenzelfde vergrijp. Mijn argument, dat elke leerling anders is en dus ook anders behandeld hoort te worden, sterker nog, daar recht op heeft, als ik de verschillen respectvol benader, drong maar moeizaam door. Ook nu komt in onze samenleving het verschil tussen gelijkheid en gelijkwaardigheid slecht over. “ Ja, maar ik ben toch hetzelfde als hij,” klinkt het dan. Waarop steevast mijn antwoord luidt: “Nee, dat bent u niet. We zijn allemaal verschillend en hebben op grond daarvan recht op een verschillende benadering.”
Hoe dat dan zit met gelijke monniken en gelijke kappen? Dat is een prima uitgangspunt, maar ik ben in mijn hele leven nog nooit gelijke monniken tegengekomen. U begrijpt het al. Zo denkend kom je ook niet bij nivelleren uit. Daar zijn andere zaken voor nodig als samen leven, om elkaar geven, je verantwoordelijk weten voor elkaar. Dan kom je terecht bij de inmiddels weer verstomde geluiden over normen en waarden.

Wat moeten we overigens met het principe van jij een beetje minder waardoor ik een beetje meer kan krijgen, wat overigens ook omgekeerd geldt. Ik een beetje minder zodat jij… als je toch wilt nivelleren. Ook de buitenproportionele grootontvangers hebben een normbesef waar ze op aangesproken mogen worden, maar daar lijkt weinig kans op.
Gaat het echter wel om meer of minder in onze samenleving? We leven in een maatschappelijk systeem, dat het behalen van winst als oogmerk heeft. Als een bedrijf geen winst gemaakt heeft dan is dat niet goed. Maar waarom niet?
Ik droom wel eens van een maatschappij waar het winst maken is uitgebannen, maar waar ieder zichtbaar inspanningen getroost tot het verhogen van algemeen welzijn, medemenselijkheid, compassie met zieken, etc. Ik droom wel eens maar als ik wakker wordt dan komen schoonheidsidealen, tweede huis, de nieuwste auto en de mooiste korting weer voorbij en kwetteren (twitteren) alle geneugten van het computertijdperk mij weer in de oren.
“Ja, die nieuwe telefoon heeft u echt wel nodig, want met dat oude toestel kunt u beslist niet meer telebankieren.” “U telebankiert niet,” zegt de telefoonverkoper in de winkel met een blik, die het midden houdt tussen ongeloof en medelijden. De verkoper leeft echt met mij mee. Heb ik dan nog een bank met een loket waar ik terecht kan? Dat kan toch niet waar zijn, in deze moderne tijd?! Dat gaat allemaal via de communicatietechnologie zoals mail, internet, twitter, facebook en zonder de meest moderne telefoon gaat dat niet. Meneer heeft zeker ook geen tablet?
“Bent u wel voldoende verzekerd, mag ik u uw voordeel eens voorrekenen?” zegt de verzekeringsagent. “Dat mag u wel, maar vertel mij gelijk wat er concreet maandelijks uit mijn beurs verdwijnt aan premie en hoe uw berekend voordeel daar tegenop weegt.” Een dergelijke vraag is in een gesprek met een verzekeringsagent dodelijk voor zijn beoogde eindresultaat.
Wilt u nog meer horen? U kunt de voorbeelden zelf wel verzinnen, want ook u bent inmiddels oud en wijs genoeg soms ook door scha en schande.

Terug naar ons politieke klimaat. Het moet zuiniger aan. Dat begrijpen we allemaal. We leven, leefden, hebben geleefd (multiple choice) immers op te grote voet.
Soms bekruipt mij het gevoel, dat de overheid ons zo kort aan de kar wil zetten dat we helemaal niets meer kunnen. De commercie moet dan wel met de prijzen omlaag, wat dan een onmiddellijke koopkrachtstijging tot gevolg zou moeten hebben. Het volk doet dit niet vanzelf. Kom dus met een heel lelijk voorstel. Dat wordt niet genomen. Goed, dat was ook de bedoeling. Dan komen we vervolgens met een ander lelijk voorstel wat we presenteren als een redelijk alternatief. Dat wordt dan wel geaccepteerd.
Zou dat de bedoeling zijn? Nee, dat kan niet waar zijn. Dat is te slecht gedacht. In een vrij land als Nederland worden we niet gemanipuleerd. Nee toch, wij nivelleren alleen maar.

Piet Brans, voorzitter Regioraad Oostelijk Westfriesland

Terug naar boven

Door Piet van den Eijkhof

Piet van den Eijkhof is voorzitter van Regioraad Zaanstreek en Waterland en lid van het Algemeen Bestuur van KBO Noord-Holland.

Dromen zijn niet altijd bedrog.


Onlangs droomde ik dat ik 65 jaar zou worden en mijn eerste AOW-uitkering zou ontvangen.
Tot mijn grote schrik constateerde ik dat ik niet de AOW zou ontvangen vanaf de 1e van de maand waarin ik 65 werd maar pas vanaf de 1e van de maand daarop.
Ik moest dus een maand zien te overbruggen. Ook kreeg ik van het pensioenfonds waaraan ik altijd premie had betaald bericht over mijn pensioenuitkering en dat wellicht volgend jaar een korting op de pensioenuitkering in het verschiet lag.
Al met al geen mededelingen om blij van te worden, maar ik had nog een spaarrekening dus daar kon nog wel iets van gedaan worden..
Maar mijn droom ging verder. Ik werd ouder en slechter ter been en had een rollator nodig.
Deze werd eerder door de ziektekostenverzekeraar uit het basispakket vergoed, maar sinds 1 januari 2013 is de rollator uit het basispakket gehaald dus geen vergoeding.
Nog weer een paar jaar verder in de tijd moet ik tengevolge van mijn achteruitgaande gezondheid verhuizen naar een zorginstelling. Ik had het daar erg naar mijn zin, maar door de zogenaamde scheiding van wonen en zorg moest ik zoveel betalen dat daar mijn laatste spaarcentjes aan opgingen .
Omdat ouderen in zorginstellingen straks zelf huur moeten gaan betalen, hoeven zij een lagere eigen bijdrage op te brengen. Deze verlaging van de eigen bijdrage weegt echter niet op tegen de extra kosten zoals de hoge waskosten die zij moeten betalen en kosten voor begeleiding. Volgens de berekeningen eindigt alleen de categorie ‘alleenstaande met aanvullend pensioen’ niet met een negatief saldo vanwege de maatregel.

Ik schrok hier zo van dat ik opeens klaar wakker was.
De volgende ochtend ben ik alles eens gaan natrekken en toen bleek dat alles precies zo was als in mijn droom werd aangegeven.
Zo zie je dromen zijn niet altijd bedrog.

Piet van den Eijkhof
Voorzitter Regioraad Zaanstreek en Waterland

Terug naar boven

Door Marcel Laponder

Marcel Laponder is adviseur van het Bestuur van KBO Noord-Holland. Hij verteld u meer over het 'Ambitiestatement: Eenheid door verbinding' van KBO Noord-Holland.

Gebakken lucht

 

Ambitiestatement? Van zo’n meerjarenplan komt toch niets terecht. Je kunt niet volgen wat ze doen en ze kletsen zich er toch wel uit. Of maai ik nu het gras voor uw voeten weg…

De Algemene Vergadering heeft in het voorjaar mede namens u het ambitiestatement 2012-2015 ‘Eenheid door Verbinding’ vastgesteld. Zo‘n plan kan op het moment van presenteren nog wel inspireren maar als dat op afstand wordt uitgevoerd vindt men er vaak geen aansluiting meer bij en dan verslapt al snel de aandacht. Dat kan ook anders en daarom wil het bestuur u deelgenoot maken van haar ambitie. De eerste stappen zijn inmiddels gezet en de projectteams die met de plannen aan de slag gaan worden nu geformeerd. Inspireren is realiseren. Dit ambitiestatement vraagt om Samen DOEN! Een vrijwillige maar geen vrijblijvende inzet, want dat is de kracht van de KBO. Het Algemeen Bestuur (en zij zijn ook vrijwilligers) zet de schouders onder de projecten en gaat deze zelf aansturen en/of daaraan deelnemen. Mijn rol betreft de coördinatie van het plan en de samenhang van de thema’s. Daarmee wordt het ‘ongrijpbare provinciale’ transparanter en komt het voor de afdelingen en misschien ook voor uzelf een stuk dichterbij.

De notulen van de Algemene Vergadering zijn rond deze tijd beschikbaar voor de afdelingsbesturen, met daarbij de sheets van de strategische thema’s die in september zijn gepresenteerd, maar ook een toelichting op de thema’s en een aanmeldingsformulier. Wanneer u uw specifieke kennis en/of ervaring t.b.v. de projecten wilt aanbieden (Samen Leren, Samen Werken, Samen Zorgen en Samen KBO) kunt u contact opnemen met uw afdeling of het secretariaat van KBO Noord-Holland.


De actualiteit is dat de verzorgingsstaat niet meer gefinancierd kan worden, dat religieuze referentie nauwelijks meer gehoor vindt, maar ook dat spirituele intelligentie als toekomstperspectief wordt gezien. De organisatie van de samenleving verandert, de beleving verandert, maar authentieke waarden blijven altijd een fundament onder eigen inzichten. Daardoor zal de maatschappij zich blijven ontwikkelen en verdienen nieuwe generaties met hun eigen inzichten onze steun en de ruimte om zich te vormen. U en ik moeten dus meer zelf gaan regelen en onze blik verruimen.
Mijn inschatting is dat mensen elkaar weer meer zullen gaan helpen en dat jongere generaties nieuwe routes zullen vinden. De kracht van senioren is om hen aan te vullen omdat senioren een breder referentiekader hebben, in staat zijn om conjunctuurverschillen te overbruggen en omdat zij zonder direct eigenbelang gaten kunnen dichten. Juist die verbinding tussen generaties is boeiend omdat mensen echt in elkaar geïnteresseerd zijn als er oprechte belangstelling wordt gevoeld.

Je bereikt het meest door samen te werken en dat geeft ook de meeste voldoening. Behouden en benutten wat goed is en samen (laten) ontwikkelen wat van belang is. Verbinding, dat is dus waar het hele plan op rust en waar de nieuwe maatschappij om vraagt. Vandaar ook de titel van het plan: ‘Eenheid door Verbinding’. Dat wordt vanuit de KBO aangeboden en van u gevraagd. Als u zelf expertise en/of specifieke ervaring kunt inzetten om aan het ambitiestatement een bijdrage te leveren, of jonge(re) mensen kent die over kwaliteiten beschikken die juist nu in de projectgroepen tot hun recht kunnen komen, meld u of hen dan aan via MvdHorden@kbonoordholland.nl want de projectgroepen zijn beperkt qua omvang. Er wordt vervolgens telefonisch contact met u opgenomen.
‘Doe ook mee’, is dus niet zomaar een sticker. Krachtig, Betrokken en Ondernemend.
Gebakken lucht kan dus ook lekker ruiken.


Marcel Laponder,
adviseur Algemeen Bestuur


Terug naar boven

Door Sandra Woldering

Sandra Woldering is  coach, vitaliteitsmanager, mindfulnesstrainer en gewichtsconsulent Zij begeleidt particulieren en werknemers op het gebied van vitaliteit, afgestemd op iedere unieke persoonlijkheid!

Eten met aandacht en het halveer-plan!

Voor alle lekkernijen waarvan u geniet, maar eigenlijk weet dat ze minder goed voor u zijn geldt…..Halveer en geniet met aandacht wanneer u het wel eet!

Eten met aandacht

Eigenlijk weet iedereen inmiddels dat diëten op de lange termijn niet werken en vaak zelfs averechts werken. Je verbranding kan op een laag pitje komen te staan en dit is daadwerkelijk een probleem.

Iedereen kan met een gezonde portie doorzettingsvermogen een afgesproken periode een echt dieet volhouden. Maar dan……!!?? Diëten is voor 9 van de 10 personen niet de juiste oplossing. Bijna iedereen weet eigenlijk heel erg goed wat goed voor hem is en wat minder goed voor hem  of haar is.

Ook u weet vast en zeker uitstekend te benoemen wat minder goed voor u is! U bent (iets) te zwaar en weet dat ook dat minder goed voor u is én u zou dat graag anders zien.
Een gezonde levensstijl, waarin genieten van eten een grote rol mag spelen, heeft alles te maken met aandacht voor wat je eet en aandacht tijdens het eten. Dit kun je jezelf stap voor stap aanwennen! Past in dit dieet met regelmaat een lekker glaasje wijn? Natuurlijk! En een lekker ijsje mét slagroom dan? Ook dat!

Het halveer-plan

Het klinkt te simpel voor woorden, maar een bonbon die je met een heerlijk kopje koffie oppeuzelt in 4 hapjes is daadwerkelijk nét zo lekker als een heerlijk kopje koffie met víer bonbonnetjes! Of eigenlijk…….lekkerder! Want je hebt geen vol of rot gevoel achteraf! Dit is smullen met aandacht!!

  • Gebruikt u twee schepjes suiker in de thee, halveer naar één! En bent u daaraan gewend (wennen duurt 4 a 6 weken)….halveer dan naar een half schepje.
    Eet u iedere week speklapjes, omdat u dat zo ontzettend lekker vindt? Ga deze dan óm de week eten.
  • Eet u iedere dag vlees bij uw avondmaaltijd? Ga eens óm de dag vlees eten en ga de tussenliggende maaltijden vegetarisch klaar maken of eet vis! En verdubbel gerust uw portie groente.
  • Eet u iedere dag een gebakje? Ga dan óm de dag een gebakje eten, en kies op de tussenliggende dagen voor een volkoren biscuitje, volkoren plakje ontbijtkoek of een stukje pure chocolade.
  • Drinkt u altijd een glas wijn vóór het eten en een glas wijn bij het eten? Halveer naar een half glas voor het eten en een half glas bij het eten. Een half glas nippend en genietend met aandacht drinken is daadwerkelijk nét zo lekker als een vol glas!


Kies uw belangrijkste "zonden" om te halveren en maak zo uw eigen halveer-plan
Ik wens u enorm veel eetgenot en een vitale levensstijl toe!!

Sandra Woldering

Meer informatie?

►website: http://www.sandrawoldering.nl
►e-mail: info@sandrawoldering.nl

 

27092012

 Terug naar boven

Door Mary van der Horden

Mary van der Horden is stafmedewerker van KBO Noord-Holland.

Kleinkinderen, ons een grote zorg!

Ik vraag mij af waarom de zorg voor onze kleinkinderen nog steeds niet goed geregeld is. Grootouders worden regelmatig ingezet omdat de ‘opvang’ slecht geregeld is of gewoonweg te duur.

Eind jaren tachtig heeft de Vrouwenbond CNV en de Vereniging Nederlands Katholieke Vrouwen duidelijk gemaakt dat de 1990-maatregel, waarin geregeld werd dat vrouwen financieel zelfstandig dienen te zijn en mannen zorgzelfstandig, voor vrouwen een dubbele belasting zou gaan betekenen. Een visie hoe dit beleid facilitair te ondersteunen ontbrak bij de overheid.
De basisscholen hebben nog steeds de schooltijden van weleer. Daardoor moet voorschoolse opvang, opvang tussen de middag en naschoolse opvang geregeld worden. Werktijden van ouders zijn soms flexibel, er wordt door werkgevers nog te weinig gebruik gemaakt van digitale mogelijkheden. Er zijn beroepsgroepen waarvoor de werktijden vastliggen, vandaar dat er ook een mogelijkheid moet zijn van aangepaste schooltijden en het benutten van sportmogelijkheden gekoppeld aan de schoollocatie.

Begin jaren negentig is het gebrek van facilitair beleid door de overheid door bovengenoemde organisaties in een grote conferentie aan de orde gesteld bij de onderwijsbonden. De onderwijsbonden vonden dat de verantwoordelijkheid uitsluitend bij de ouders lag, ook de politiek verwees dit terug naar het gezin. De radio en TV hebben aandacht besteed aan de discussie, het mocht niet baten. Het ‘sprookjesboek kinderopvang op basisscholen’ ging in de la. Wat een gemiste kans!
Er zijn nu experimenten met ‘dagscholen’ en scholen waarbij geen vaste vakantieperioden meer zijn, maar dat is minimaal. We zijn niet in staat om anders te denken en ons aan te passen aan een nieuwe situatie, die nu al bijna 25 jaar een gegeven is. Ouders rennen zich rot, raken burn-out. Toch ook een grote kostenpost voor de maatschappij en zorg voor ons – grootouders – die deze worsteling tussen werken en goede zorg voor kinderen aan moeten zien.

Hoe anders is het toch in Scandinavische landen! Zweden heeft gemeentelijke crèches, er zijn geen wachtlijsten. Heb je een vrije dag, dan wordt niet verwacht dat je een kind onderbrengt in de crèche.
Binnen de kinderopvang in Zweden wordt het belangrijk gevonden dat er zowel vrouwelijke als mannelijke begeleiders zijn. De vrouwen zijn wel in de meerderheid. Groepen worden gevormd door alle leeftijden, kleuterscholen kennen ze niet. Er zijn ruime speelplaatsen waar kinderen in de buitenlucht kunnen zijn, ze gaan gezamenlijk naar de bibliotheek en wandelen in de natuur. De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk, maar voor dit geld krijgen ze zorg, speelplezier, een warme lunch, fruit, tussendoortjes en een bescheiden broodmaaltijd in de namiddag.
Werknemers in Zweden houden doorgaans vroeg op met werken en dus worden bijna alle kinderen al om vier uur 's middags door mama of papa opgehaald.

Waarom vind ik geen vernieuwende initiatieven in de politieke programma’s? Onze kleinkinderen zijn onze toekomst. Het is te zot voor woorden dat we als ouderenbonden ons, naast de zorg voor kwetsbare ouderen, daar ook voor in moeten zetten! We moeten de handschoen oppakken, want anderen doen het niet. Als het aan mij ligt, brengen we dat in het landelijk politieke overleg, want kleinkinderen zijn onze zorg!

Mary van der Horden

Wilt u reageren op deze column? Stuurt u dan uw reactie naar info@kbonoordholland.nl.

Terug naar boven

Terug naar  boven

Lichtgrijs

'Lichtgrijs' bekijkt zijn belevenissen door een ‘grij(n)ze(nde) bril’ en maakt u hiervan deelgenoot onder het pseudoniem ‘Lichtgrijs’

Door een grij(n)ze(nde) bril bekeken:

Vakantie...

Nauwelijks voor te stellen: zo’n 100 jaar geleden ging, op een heel klein groepje rijke aristocraten na, niemand op vakantie en al zeker niet naar het buitenland. Nu is het voor (bijna) iedereen een doodnormale zaak; ook voor de gewone man, zoals dat in de media zo “mooi” heet. De jongeren van nu kennen zelfs geen leven zonder vakantie. En deze ontwikkeling wordt dan aangeduid met de term “vooruitgang”.
Ik zal daar niets op afdingen, maar door het enthousiasme over en de massaliteit van al die verre reizen begin ik me zo langzamerhand een dinosaurus te voelen tussen de binnenlandse fauna. Ik hoor namelijk tot dat bijna uitgestorven groepje dat een heel andere opvatting heeft over het begrip “vakantie”: vrijheid, rust en niets moet. En dat kan naar mijn idee prima in Nederland of zelfs in je eigen huis. Daar hoef je geen duizenden kilometers voor te reizen.

Ik weet het, ik ben een levend anachronisme, want ook mijn eigen vrouw behoort tot de “vooruitgangsgroep” en daardoor weet ik hoe ver ik daar vanaf sta.
Sinds onze dochters het huis verlieten nam de reislust van mijn wederhelft toe. Met één of meer vriendinnen stort ze zich jaarlijks minstens twee, maar liever drie keer in het vakantiegewoel. Eerst was het voornamelijk Europa, maar de blik moet verruimd dus werd het Turkije en Marokko, en de laatste jaren is dit ook te dicht bij en worden landen als Thailand, Sri Lanka en Indonesië bezocht.
Ze geniet ervan, is er enthousiast over en kan er smeuïg over vertellen. Dat gun ik haar van harte, als… ik maar niet mee hoef. Vliegen zie ik al helemaal niet zitten, tegen al dat “vreemde” eten protesteert mijn maag (zelfs in Nederland), uren zitten in een touringcar is voor mij geen uitje maar een ramp en al die kriebelende buitenlandse beestjes lijken gemaakt om mij te steken, te prikken of leeg te zuigen en zijn in mijn ogen altijd giftig tot zeer giftig.
Waarom krijg je anders voor al die heel verre reizen de meest vreemde prikken en pillen? Neen, dit alles is aan mij niet besteed, maar gelukkig bestaan er genoeg andere, “meer normale” mensen.

Zeg nu niet: “dat kun je niet weten als je het nooit hebt ervaren”, want in het verleden hebben we (per auto natuurlijk, want vliegen is voor vogels) heel wat Europese landen bezocht. Dat vakantiegevoel is mij dus bekend, maar ik ben er nooit enthousiast voor geworden. Het prettigste van elke vakantie, vond ik, de thuiskomst. Om daar steeds een paar honderd of duizend kilometer voor te rijden of euro voor te betalen, lijkt mij wat overdreven.

Ook hoor je vaak door vakantie-enhousiasten zeggen: “Heerlijk de cultuur proeven en de mensen uit die landen ontmoeten. Dat is zo bijzonder, daar steek je zo veel van op!” Ik zal daar niets op afdingen en geef ze allemaal direct gelijk. Maar…
Wat ik alleen zo gek vind: de laatste jaren zijn er toch heel wat mensen in Nederland komen wonen uit andere culturen en landen. Ik hoor de laatste jaren in mijn omgeving en de media nooit mensen spreken over het “proeven van de cultuur” en het ontmoeten van buitenlanders.
Zijn die -buiten de vakantie om- ineens niet meer interessant? Je zou het in het “Wilders” Nederland van nu haast denken!

Lichtgrijs

Eerder geplaatste columns van Lichtgrijs vindt u hier

Terug naar boven 

Door Prof. dr. M.Il Broese van Groenou

Prof. dr. M.I. Broese van Groenou is bijzonder hoogleraar Informele zorg in gerontologisch perspectief, bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Informele zorg, schuivende panelen en een krakend fundament

Op dit moment zorgen ongeveer 2,6 miljoen Nederlanders voor mensen in hun nabije omgeving. Daarnaast zijn er nog zo’n 300.000 tot 450.000 vrijwilligers actief in de zorg. De politiek gaat er van uit dat deze aantallen best nog wat kunnen groeien. Maar dat is niet terecht.


Mijn stelling is dat er een sociologisch perspectief in het huidige beleid ontbreekt. Op korte termijn krijgen we te maken met een nieuwe generatie: de informele zorgers 3.0. Deze generatie is geboren na de tweede wereldoorlog. Het zijn de zogenaamde ‘babyboomers’, opgegroeid in tijden van individualisering, groeiende welvaart en een sterk ontwikkelde verzorgingsstaat. Zij krijgen niet alleen te maken met een veel zwaardere en langdurige zorgvraag dan vroeger. Ook verschilt deze generatie in de bereidheid en de mogelijkheid om langdurig informele zorg te verlenen. Dat wordt duidelijk als we naar de volgende overwegingen voor het geven van (mantel)zorg kijken.

Wat is er nodig?
Hoeveel en welke zorg zal er in de komende jaren nodig zijn? Veel, heel veel, langdurige en complexe zorg. Vooral het aantal oudste ouderen zal toenemen. Door de sterke groei van het aantal 80-plussers neemt zowel het zorggebruik onder thuiswonende ouderen als het gebruik van intramurale zorg toe. Dankzij de sterk ontwikkelde medische zorg blijven ouderen lang in leven. Er is dan ook een sterke groei te verwachten in het aantal personen met ernstige en langdurige multiple gezondheidsproblemen.

Wat wil ik doen?
Babyboomers willen best zorgen, maar niet als enige activiteit, en zeker niet als de levenstaak, die het voor sommigen in de eerdere generaties was. Ook komt de zorg voor vrienden soms vóór de zorg voor familie. Dat heeft te maken met complexere familiestructuren en nieuwe relatievormen. De vanzelfsprekende verantwoordelijkheid van eerdere generaties mantelzorgers is losser geworden. Hoe verantwoordelijk voelt men zich voor de zorg van de ex‐partner als deze op oudere leeftijd nog steeds alleen is of voor stiefgrootouders? Niet alleen sociale relaties veranderden. Babyboomers, en de generaties na hen, zijn grootgebracht in de tijd dat persoonlijke ontwikkeling voorop stond. Zowel een carrière, als een gezin, vrienden, zelf te besteden tijd en vrijwilligerswerk vragen de aandacht. Deze generatie hecht eraan om op alle sociale domeinen actief te blijven. Dus ook op het werk, de golfbaan en in het vrijwilligerswerk.


Wat kan ik doen?
De beschikbaarheid van mantelzorgers en vrijwilligers wordt beperkt doordat iedereen steeds langer zal moeten werken. En als men dan met pensioen gaat, staat zowel de zorg voor de kleinkinderen als voor de ouders voor de deur. Met de verminderde beschikbaarheid van kinderopvang, een grotere arbeidsparticipatie van vrouwen, en een toename in de behoefte aan zorg voor oude ouders, is de beschikbare tijd voor vrijwilligerswerk mogelijk vergeven. Er ontstaat een sociaal dilemma dat een van de grootste nieuwe sociale risico’s voor onze samenleving wordt: de concurrentie tussen arbeid, vrijwilligerswerk en mantelzorg.

Naast tijd speelt de eigen capaciteit ook een rol. Als mantelzorgers zelf oud worden en gezondheidsproblemen ervaren, wordt het verlenen van mantelzorg ook beperkt. Ook de factor afstand laat zich gelden: de geografische spreiding binnen families is groter dan in eerdere generaties. De generatie 3.0 is daardoor minder goed toe in staat fysieke hulp te geven.

Zorgvraag neemt toe, maar bereidheid te zorgen verandert
De bijdrage van de babyboomers, en waarschijnlijk ook van de generaties na hen, aan het leveren van informele zorg in de komende tien tot twintig jaar zou wel eens wat minder groot kunnen zijn dan ramingen van o.a. het SCP nu aangeven. Terwijl de zorgvraag toeneemt, wordt de bereidheid om te zorgen minder vanzelfsprekend en krijgt deze generatie met meer tijd- en capaciteitsrestricties te maken dan bij eerdere generaties het geval was. Zullen zij minder uren zorg verlenen? Waarschijnlijk wel. Zullen zij binnen het palet aan zorgvormen vooral minder uitvoerende vormen van zorg verlenen? Dat is zeker mogelijk. Rekening houden met de kenmerken van deze nieuwe generaties zorgers is dus wel het minste wat het beleid kan doen. Zijn er oplossingen? Misschien, ik wil er in ieder geval één aan u voorleggen: het delen van de zorg.

Delen van de zorg
De komende 3.0 generatie informele zorgers heeft in ieder geval ook één heel groot voordeel: ze zijn met veel! Als meer mensen een beetje zorg verlenen, kan het volume van informele zorg hetzelfde blijven en wellicht zelfs toenemen.
We kunnen dit delen van de zorg met andere mantelzorgers, vrijwilligers en professionele helpers ondersteunen. Ik wil een aantal concrete aanbevelingen doen voor het realiseren en functioneren van deze zorgnetwerken. Allereerst kan de zorgbehoevende zelf aangesproken worden. Voor niemand van ons kan een langdurige zorgvraag nog als een verrassing komen, organiseer dus niet alleen je pensioen maar ook je zorgnetwerk op tijd!

Dan de mantelzorger. Naar mijn mening moet geen enkele mantelzorger, en zeker partners niet, het zorgproces in zijn of haar eentje aangaan. Zodra duidelijk is dat een partner of een ouder de diagnose krijgt van gezondheidsproblemen met een langdurig zorgtraject, zouden de oudere hulpbehoevende en de directe familie bijeen moeten komen om te bespreken hoe het traject met zijn allen in te gaan. Naast het verlenen van praktische en verzorgende hulp is de organisatie van de zorg een belangrijke nieuwe taak voor deze mantelzorger.

Ook professionele zorgverleners moeten een omslag maken: waar men gewend was de zorg vanuit de eigen deskundigheid en naar eigen inzicht te verlenen aan de zorgbehoevende, wordt men steeds meer geacht zorgverlening af te stemmen met mantelzorgers. Dit vraagt om het afstemmen van verwachtingen, hernieuwde communicatiemethoden (zorg‐op‐afstand), aan te leren vaardigheden (‘relationele competentie’) en flexibiliteit in samenwerking.

Naast de professionele verzorgenden moeten ook de zorgorganisaties (intra‐ en extramuraal) zich heroriënteren op samenwerking met mantelzorgers. Daar is scholing en training voor nodig. Dan ligt er een rol voor arbeidsorganisaties om de combinatie van arbeid en mantelzorg te faciliteren. Nu al combineert 70 procent van de mantelzorgers de zorgtaken met een betaalde baan, en dat zal alleen nog maar toenemen.

Op beleidsgebied zijn de eerste stappen gezet voor de ondersteuning van het delen van de informele zorg, maar het kan nog beter. Zo moet de inzet van professionele zorg niet zuiver op de aanwezigheid van mantelzorg worden geïndiceerd maar moeten ook hier meerdere informele helpers betrokken worden. Daarbij is het van belang te beseffen dat mantelzorgers niet altijd de dagelijkse praktische hulp en verzorging kunnen bieden, maar wel een rol kunnen hebben in de organisatie van de zorg. Verschuif de panelen dus niet naar de uitvoering maar naar de organisatie van de zorg! Vergroot daarnaast de betrokkenheid van informele zorgers door hun mogelijkheden te verruimen. Het met voorrang plaatsen van ouderen in tehuizen in de nabijheid van hun kinderen, en het bouwen van eenheden voor echtparen in zorginstellingen, zorgt voor nabije mantelzorgers.

Het vergroten, tot slot, van de flexibele inzet van professionele zorg door ZZP’ers, PGB en particuliere alternatieven, geeft mantelzorgers mogelijkheden om de zorg zelf te organiseren en daar ook verantwoordelijkheid in te nemen, gegeven hun afnemende beschikbaarheid om de zorg zelf concreet te verlenen.


Prof. dr. M.Il Broese van Groenou


Bron: Sociale vraagstukken van 2 juli 2012

Met enige regelmaat vragen wij mensen met hart voor de KBO een gastcolumn te schrijven voor onze website. Eerder verschenen gastcolumns vindt u hier.

Terug naar boven