|
Cor de Horde
Cor de Horde is ex-hoofdredacteur van Vorsten Royale, schrijver van boeken over het Koninklijk Huis en als royaltykenner vaak geraadpleegd in actualiteitenprogramma’s. Hij schrijft regelmatig een column voor de website van KBO Noord-Holland over onze Koningin.
De oude babyboomers blijven gewoon doorwerken |
 |
|
Toen ik nog vijfentwintig was kon ik wel eens een hartgrondige hekel hebben aan mijn werk. Het was moeilijk en irritant, er kwam geen einde aan en ik voelde me vaak zeer onzeker met betrekking tot de resultaten. Maar naar gelang je ouder wordt lijkt de arbeid steeds minder zwaar te worden. En langzamerhand krijg je er ook steeds meer aardigheid in. Er ontstaat ook zoiets als – zeg maar – arbeidsvreugde. Ook de doelstellingen worden gemakkelijker gehaald. Er komen minder bloed, zweet en tranen aan te pas. En de waardering? Ach, die vind je in toenemende mate terug in je portemonnee.
Laat ik eerlijk zijn: ik heb nooit een vak geleerd. Ach ja, wel wat gestudeerd, maar nooit een echt vak, begrijpt u? Dat je net als een timmerman een mooie kast maakt. Of net als een slager een mooie biefstuk uitbeent. Dat bedoel ik. Maar of je nou stukkies schrijft of een taart bakt, er zit toch liefde in. Als het goed is, tenminste. En liefde is ….eeuwig, nietwaar? Daarom begrijp ik de mensen niet (het zijn er vele geweest), die mij al vanaf mijn zestigste aan mijn kop gingen zeuren: ‘Hoe lang moet je nou nog? Wanneer mag je eruit? Blijf je echt tot je vijfenzestigste werken? Tot het bittere einde? Tsss, tis toch wat! Dat je het zo lang volhoudt.’ Diezelfde mensen vonden het waarschijnlijk prachtig dat mevrouw Jongerius zich nog niet zo lang geleden (overigens vruchteloos) opwierp als bewaakster van de ‘oude-dag-voorziening’. Diezelfde mensen waren waarschijnlijk al op hun vijfenvijftigste voorgoed aan het rentenieren geslagen. En diezelfde mensen waren waarschijnlijk hun leven lang al liever lui dan moe.
Ik heb tot mijn vijfenzestigste gewoon gewerkt. Met liefde en plezier. Op 1 juli van dit jaar verliet ik als werknemer mijn bedrijf met spijt in het hart. Omdat het echt niet anders kon. Maar op 2 juli, de volgende dag al, zat ik bij de Kamer van Koophandel om mij als zelfstandig ondernemer in te laten schrijven. Ik ben nu, zoals het heet, zzp-er geworden. Ik heb daarna even gewacht om u nu uit eigen ervaring mee te kunnen delen, dat doorwerken na je vijfenzestigste ‘heerlijk’ is. Ik hou als goede voorbeeld de majesteit voor ogen, die onverdroten doorgaat tot zelfs na haar zeventigste. Ik ontdek bij haar nog geen greintje aan slijtage. In kabinetscrises glorieert ze als vanouds. Ik zie dat haar zoon nog niet na doen. Ik wil maar zeggen: let op voor het grijze gevaar op de arbeidsmarkt. De oude babyboomers blijven gewoon doorwerken, ook al omdat de onaantastbaar geachte pensioenfondsen het inmiddels laten afweten. Ik hou u op de hoogte.
Cor de Horde
Een overzicht de columns van Cor de Horde vindt u hier.
Terug naar boven |
|
Door Maria van Ooijen
Maria van Ooijen is Haarlemse en moeder van drie dochters en twee zonen. Ze is nauw betrokken bij het werk van haar parochie en bij Marriage Encounter, een organisatie die zich inzet voor liefdevolle relaties.
MIJN PRIMULA
|
 |
|
Het is toch niet te geloven, riep ik uit, de gele blaadjes spottend tussen het weelderig groene blad. Vol verwondering registreerde ik de hernieuwde bloei. In augustus van dit voorjaarsplantje.
Maart jl. kon ik niet aan de verleidelijke lokroep van een bakje stralendgele primula’s weerstaan, die de geur van lente met zich meedroegen. Ik voelde een lichtvoetige blijheid in me opwellen, toen ik die lieflijke plantjes ontwaarde bij de bloemenhandel. Wat een fleurigheid! Zingend vulde ik mijn lege balkonbakken met dit levende lenteteken. Een feest om ze door het raam heen te zien stralen als een alias voor de afwezige zon op vele dagen. En dan ineens. . . .och heden, ik had buiten de vorst gerekend, die zich echt niet door die jeugdige primulaatjes liet verjagen. Tot mijn droefenis waren ze helaas niet tegen die onverwachte koude opgewassen; de een na de ander liet het leven.
Na de vorstperiode wilde ik in mijn bakken weer orde op zaken stellen. Ik voelde me hogelijk verrast toch 3 plantjes aan te treffen, die nog een schim van knopjes in haar hart droegen., zo klein, zo kwetsbaar. Ik gaf ze in een eigen kleiner bakje een vorstelijk plaats, uit de wind en in de zon en verwende ze met een smakelijke plantenvoeding. En jawel zie daar, ze kregen er weer zin in om hun blaadjes open te vouwen en hun mooiste geel te etaleren. Ik voelde me verguld met die herrijzenis en verwonderd over zoveel levenskracht en levenswil, die in die kleine plantjes verborgen zat. Tegen beter weten in blijven doen, waartoe ze geroepen waren: bloeien! Indrukwekkend daar getuige van te mogen zijn.
Het voorjaar vertrok, de zomer brak aan, helaas 2 van de drie plantjes vonden, dat het welletjes was! Nummer 3 bleek het leven lief te hebben en na een nieuw onderkomen verkregen te hebben, zette ze een groeispurt in. De primula liet mooie, grote, volle, groene bladen tot wasdom komen, een bron van vreugde iedere dag opnieuw als ik de balkondeur opende. En nu . . . vandaag . . ja, ja heus waar, twinkelde er ineens geel tussen de groene bladeren en jawel voor de derde keer in bloei. Heeft de primula me het mysterie van het leven getoond?
Maria van Ooijen
Wilt u meer lezen van Maria van Ooijen? Voor haar eerder verschenen columns klikt u hier.
Terug naar boven |
|
Door Greet Scholte
De 82-jarige Greet Scholte is geboren in Haarlem. Ze heeft 8 kinderen en was zelf werkzaam in de thuiszorg. Na haar verhuizing naar Castricum was zij actief met allerlei vrijwilligerswerk, waarbij ze ook een tijd lang bestuurslid van de KBO-Castricum is geweest. Greet heeft veel betekend voor de bezoekersgroep, die tot haar teleurstelling in haar dorp niet meer bestaat.
Greet Scholte schrijft regelmatig een column voor onze website. Zij haalt herinneringen op en schrijft over zaken die haar bezig houden.
|
 |
|
Er was eens een klein ijdel meisje.
Ergens was er een klein meisje 3 jaar oud, echt schattig om te zien, leuke blonde krulletjes en ook leuke praatjes. Bij de buurvrouw op het raam kloppen en dan met haar liefste stemmetje tegen de buurvrouw zeggen dat zij van haar moeder niet om snoepjes mag vragen. Nee, natuurlijk niet, maar buurvrouw vond het zo vertederend klinken, dat Doortje nu ongevraagd toch haar snoepje kreeg.
Op een dag staat moeder voor het spiegeltje, om haar lippen een kleurtje te geven, om dat ze met het kleine meisje even een boodschap gaat doen. Moeder wil er graag verzorgd uit zien en wat doet die kleine schat? Zij gaat het liedje zingen dat meerdere keren via de radio de hele dag door, te horen is. Het liedje heet: “O, wat ben je mooi”, dat kleine regeltje werd vol overgave met herhaling gezongen door Doortje. Moeder heeft die kleine schat vast extra geknuffeld die dag, want dat doet een mens toch goed hč?
Maar Doortje was zelf best ijdel. Dat was een andere keer te ervaren als grote verrassing. Doortje was naar bed gebracht en alles was heel rustig boven, eigenlijk zou je zeggen te rustig. Maar moeders zijn gewoon blij dat het rustig was: na een lange dag met kinderen opgetrokken te hebben, wil je eindelijk wel is rust hebben.
Loopt er nu toch iemand op de trap, nee, dat is maar verbeelding iedereen slaapt toch zeker? Maar nee, Doortje slaapt niet, daar gaat heel zachtjes de kamerdeur open en komt er een klein dametje binnen, wankelend op moeders schoenen met hoge hakken. Nog een wonder dat ze met die schoenen, veilig de trap af gekomen is. Met moeders nieuwe handtas, een spierwitte handtas. Ja, dat was eenmaal: nu had de witte tas volop strepen van de lipstick. Zo ook moeders witte handschoentjes en natuurlijk ook Doortje haar gezichtje. Doortje, is er zich niet bewust, wat er allemaal voor goed rood gemaakt was, het was niet afwasbaar, zelfs van haar gezichtje was het moeilijk te verwijderen.
Heel zelfverzekerd zei Doortje tegen haar moeder, in gebroken kindertaal “Doortje, gaat boodschappen doen”. Nog maar kort geleden had ze geleerd dat dit de voorbereiding was om boodschappen te gaan doen.
Zo zie je maar, dat kinderen ons voorbeeld nadoen, of moeder boos was of moest lachen, dat verteld het verhaal niet.
Greet Scholte
Eerder geplaatste columns van Greet Scholte vindt u hier.
Greet Scholte heeft een boek geschreven over haar ervaringen als vrijwilligster: Samen meer mens. Meer informatie: www.boekscout.nl, € 14,95
Terug naar boven |
|
Door Jan Kramer
Jan Kramer is secretaris van KBO Noord-Holland. Hij schrijft deze week een gastcolumn voor onze website.
Achter de deur |
 |
|
Het was op een donderdagmiddag toen ik bij het verzorgingshuis aankwam. De deur ging automatisch open en na een korte wachttijd in de tochtsluis was ik in de hal. De receptioniste knikte vriendelijk en vroeg niets zodat ik zo kon doorlopen. Met de lift naar de vierde verdieping. Even het kamer nummer zoeken en dan aanbellen. Meteen werd ik aangesproken door een mevrouw die met een rollator op de gang liep. “Meneer, er wordt hier nooit aangebeld. Als er hier iemand komt dan is het een bekende en die doet de deur gewoon open”.
Van achter de deur hoorde ik haar, 87 jaar, roepen: “even wachten, ik ben net de kopjes aan het afwassen”. Ik wist meteen dat ze thuis was maar zij wist niet dat ik, die zij heel lang niet gezien had, aan de andere kant achter de deur stond. Toen ik haar wat zachter hoorde praten zei ze: “wie kan er nu zijn, ik krijg nooit bezoek”. Daarna sprak ze weer luid en zei ze:” effe mijn rollator goed zetten dan kom ik”. De mevrouw op de gang was niet doorgelopen maar ze zei verder niets. De deur ging open en ik zei haar meisjesnaam. Ze keek mij aan en ik herkende haar wel maar zij mij niet meteen. Met de aanwijzing van ‘ ik ben een zoon van’, viel het kwartje. Kom binnen zei ze, en dat deed ik.
Voor die mevrouw in de gang was er verder niets meer te beleven. Het werd een gezellige middag met oude verhalen. Toen ik vroeg hoe ze de dagen vulde zei ze heel enthousiast ‘met het maken van kaarten en wat schilderen. Je weet het hé ‘een vrouwenhand en een paardentand mogen nooit stilstaan’. Opvallend was dat ik die uitdrukking kortgeleden bij twee andere dames die ook in het verzorgingshuis woonde had gehoord. Vlak voordat ik weg ging moest ze toch nog even kwijt dat een goed gesprek, en helemaal niet over de politiek, hier niet mogelijk was. De medebewoners hebben hun wereldje wat klein gemaakt. Dat is wel jammer, maar verder is het hier goed. Bij de deur spraken we af dat ik binnenkort weer terug kom.
Weet U dat er binnenkort “De week van de eenzaamheid is”. Begint op 24 september. Een aanbeveling om ook eens aan te bellen.
Jan Kramer
(lees ook het artikel: 24 september: start ‘Week tegen eenzaamheid’; Help als vrijwilliger eenzaamheid bespreekbaar maken)
Eerder geplaatste columns van Jan Kramer vindt u hier.
Terug naar boven
|
Met enige regelmaat vragen wij kaderleden of medewerkers om een gastcolumn te schrijven voor onze website. Eerder verschenen gastcolumns vindt u hier.
|
|
Edith Luyten is projectleider van de Jacob Academie in Haarlem, een organisatie die cursussen organiseert voor en door ouderen. Uitgangspunt is dat senioren zelf de regie houden en initiatieven ontwikkelen.
Zij schreef voor de website van KBO Noord-Holland zes columns. Een overzicht van deze columns vindt u hier. |
 | |